Nieuwe regels bijstandsuitkering

gezinsuitkeringIn 2012 gelden strengere regels om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering. Per gezin is dan maar 1 bijstandsuitkering mogelijk, de gezinsuitkering.

Kan men zijn bijstandsuitkering in 2012 ook kwijtraken?

De maatregelen hebben niet alleen gevolgen voor mensen die een bijstandsuitkering aanvragen maar de verwachting is dat ook duizenden huishoudens gekort zullen worden op hun bestaande uitkering of die wellicht kwijt zullen raken. Ook het digitaal opsporen van bijstandsfraude
zoals in maart 2012 door het kabinet aangekondigd, past in dat beleid. 
 

Het kabinet Rutte wil met de wetswijziging het zogenaamde stapelen van uitkeringen achter dezelfde voordeur tegengaan. Ouders met een bijstandsuitkering zullen die kwijtraken als inwonende kinderen samen een inkomen genieten van 1300 euro of meer. De overheid hoeft dan niet meer bij te springen is de nieuwe filosofie.

 

Waarom een gezinsuitkering?

Cumulatie van uitkeringen en andere inkomsten binnen één gezin is geen aansporing om aan het werk te gaan volgens het kabinet Rutte. En meer mensen aan het werk is dringend noodzakelijk omdat een toenemend aantal burgers beroep doet op uitkeringen, die door steeds minder werkenden worden opgebracht.

 

De angst bestaat evenwel dat bij jongeren de stimulans wegvalt om werk te zoeken als door hun verdiensten ouders worden gekort op de bijstand. Om dat te voorkomen zou een ander woonadres uitkomst kunnen bieden. Volgens medewerkers van gemeentelijke sociale diensten wordt dat in 2012 een "logische vluchtroute".

 

Hoe werkt de huishoudinkomenstoets in de bijstand?

Nieuw bij het aanvragen van een bijstandsuitkering is vanaf 2012 de huishoudinkomenstoets. Dat betekent dat eventuele inkomens van de overige gezinsleden meetellen voor de bijstandsuitkering. Vanaf 2012 ontvangt men nog slechts één bijstandsuitkering voor al degenen met wie men een gezin vormt of een gezamenlijke huishouding voert.

 

Men dient voortaan als gezin de uitkering aan te vragen. Als overige gezinsleden inkomen hebben, brengt men dat in mindering op de gezinsuitkering.

 

Bedoeld zijn dan inkomsten zoals:

 

  • betaalde arbeid;
  • een AOW-uitkering;
  • aanvullend pensioen;
  • een werkeloosheidsuitkering;
  • een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge WAO- of WIA.

 

Wanneer is in de bijstand sprake van een "gezin"?

De term 'gezin' is een nieuw begrip in de Wet Werk en Bijstand (WWB). Van een gezin is sprake als men samen met een partner, kinderen en/of ouders op één adres woont, egaal hoe oud die kinderen zijn. En ook het aantal kinderen of ouders is niet van belang. Als gezin kan men één gezinsuitkering ontvangen.

 

Vanaf 2012 dient men een bijstandsuitkering als gezin gezamenlijk aan te vragen. Om te bepalen of er aanspraak op een bijstandsuitkering bestaat, worden de inkomsten van alle gezinsleden meegeteld.

 

Wie moeten in 2012 een gezinsuitkering aanvragen?

Niet alleen gezinnen moeten vanaf 2012 een bijstandsuitkering op naam van het gezin aanvragen. Op een gezinsuitkering is men ook aangewezen als men met iemand anders een gezamenlijke huishouding voert. Daarvan is sprake als u samen met een ander op hetzelfde adres woonachtig bent en voor elkaar zorgt. Dat kan bijvoorbeeld een broer, een zus, de oma, een neef of een vriend(in) zijn.

 

Echter, in het kader van de bijstand wordt zo'n samenlevingsverband alleen als gezin aangemerkt als men ten hoogste met één ander volwassen persoon dat huishouden voert. Maakt er bijvoorbeeld een derde volwassen persoon deel uit van uw huishouding, niet zijnde uw kind of ouder, dan kan die derde aanspraak maken op een aparte bijstandsuitkering.

 

Wie worden voor de bijstand niet als gezinslid aangemerkt?

In het kader van de bijstand worden bepaalde familieleden niet als gezinslid aangemerkt. Het inkomen van die personen wordt dan ook niet in mindering gebracht op de gezinsuitkering:

 

  • gezinsleden die zorgbehoevend zijn;
  • meerderjarige thuiswonende kinderen die onderwijs genieten waarvoor een financiële bijdrage van de overheid staat (studiefinanciering of tegemoetkoming studiekosten), mits dat kind maandelijks minder dan 1.059,49 euro aan inkomsten geniet;
  • meerderjarige thuiswonende voormalige pleegkinderen;
  • personen die bij u een kamer huren;
  • personen waarmee u in een studentenhuis woonachtig bent.